Thuis - Helena Hoogenkamp

Ik beschuldig geen goden van mijn lijden. Ik zou het wel willen, maar dan zou ik aan de mensen voorbijgaan, de mensen die ik heb leren kennen. Nog geen stukje taart kunnen ze overlaten voor een ander, nog geen kopje thee wordt gezet zonder bijbedoeling.

Dit is het verhaal van mensen die heel lang zwerven, nadat ze het huis van hun ouders om zeep hebben geholpen.
Dit is het verhaal van thuiskomen, wat knap is, in aanmerking genomen dat je dit huis eerst nog zelf moet bouwen door het te vullen met prullaria en mensen, voor wie geluk heeft.

Mijn eerste huis was me te groot, ik was te klein, baksteen staat niet iedereen. Ik viel gaten in muren of mijn hoofd, geen ouders om me op te rapen, die werkten heel modern. Zelfs na het avondeten met al onze schoenen onder de kapstok was er te veel ruimte, je moet schreeuwen om elkaar te kunnen verstaan.

Mijn tweede huis werd nooit een huis, het blijft een kamer vol stof waar ik liever niet slaap, andere bedden lonken en ik weet wat ik thuis aantref, een lege koelkast.
Het is altijd beter wakker worden in andermans bed, hoe de lakens ook ruiken, het is niet jouw probleem.
Ik kan zo mooi slapen dat ik altijd mag blijven liggen, ook als ik niet slaap. Als ze weg zijn onderzoek ik hun kamers, vind brieven en foto's aan vrouwen voor mij, dat geeft een gevoel van eeuwigheid, van opgenomen zijn in een verhaal. Nooit het begin en nooit het eind, ik hoor in het midden.

Ik heb in miljoenen bedden geslapen en de hemel nooit gevonden. De hemel is waar je thuis bent.
Vroeger dacht ik dat God in elk orgasme woonde.

Jij zult mijn laatste huis zijn.

Ik ben niet de mensen die ik pijn heb gedaan.

---------------------- voorgelezen tijdens Zoute Druppels voor je oren, Vorlesebuhne op 21 september 2013-------------------------------